TOMMIGUN: HET INTERVIEW

Op 4 januari belde ik namens 3voor12/Amsterdam voor een kort interview met de bijzonder vriendelijke en vertelgrage frontman van de Vlaamse indieband Tommigun, Thomas Devos. Tommigun werd geselecteerd voor Eurosonic 2010 én verzorgde afgelopen jaar het voorprogramma van de Europese tournee van Amerikaans gitarist, zanger en songwriter Daniel Johnston.
Hoogtepunten, doelpunten, verbeterpunten en een tipje van de sluier over wat het publiek aankomend jaar mag verwachten: in een klein kwartier werd er een hoop informatie vrijgegeven, inclusief een apeleuk verborgen talentje van zangeres Kaat Arnaert..

vlnr: Kaat, Joeri, Thomas, Pim, Mattijs

Tommigun, vlnr: Kaat, Joeri, Thomas, Pim, Mattijs

Thalien: Jullie hebben afgelopen jaar heel wat afgetoerd; maar het liefst 56 concerten en dat over heel Europa.  Wat was voor Tommigun het ultieme hoogtepunt van 2010?

Thomas: Dat was toch wel wel onze tour met Daniel Johnston. We hebben met hem in april heel Europa afgetourd, optredend als voorprogramma.  In de periode van een maand hebben we onze band echt op de kaart gezet; vooral voor onszelf. Het was de eerste keer dat we zo veel en zo intens met elkaar speelden. We hadden daarna echt het gevoel “nu zijn we echt een band” .

Thalien: Van Daniel Johnston is o.a. bekend dat hij aan manisch depressiviteit lijdt; heb je nog iets aparts meegemaakt als je zo terugkijkt op die periode met hem of heb je misschien een gekke anekdote te vertellen?

Keith 'leatherface' Richards

Keith ‘leatherface’ Richards

Thomas: Nou Daniel heeft ook suikerziekte; er was bij hem backstage dus nooit suiker of frisdrank ofzo dus hij kwam vaak proberen in onze backstage alle frisdrank te stelen. Ook rookte hij stiekem op plekken waar dat niet mocht, het is een beetje een groot kind. Toen we in Zwitserland waren en moesten wachten tot we op mochten was er een moment dat hij er ineens van overtuigd was dat onze bassist  Keith Richards was. Hij riep vol ontzag “Ooh Keith are you really here? Look at my guitar!!”.  Als je onze bassist Pim ziet is er inderdaad wel een zekere gelijkenis maar dit ging wel erg ver, het was echt fantastisch haha. Ik heb eigenlijk een hele reeks anekdotes, het was echt een unieke belevenis voor ons.

Thalien::  Hoe is de samenstelling van Tommigun; wie zijn bijvoorbeeld de nieuwste bandleden?

Thomas:  We zijn nu een dik jaar in onze huidige bezetting. Zangeres Kaat Arnaert en drummer Mattijs Vanderleen zijn de nieuwste leden. Ik ben de band begonnen met onze toetsenist Joeri Cnapelinckx.  Dan hebben we dus nog Pim De Wolf (aka Keith Richards) op de bas.

Thalien: Je zat tot voor kort altijd in muzikale projecten met alleen mannen: hoe is het om nu Kaat naast je te hebben staan, verandert dat wat in de dynamiek of groepsomgang?

Thomas:  Ja toch wel, ja. Je moet soms een beetje voor haar zorgen, rekening mee houden. En dat vind ik helemaal zo slecht niet, het is goed voor onze manieren haha.  En ik vind het plezant om duetten te kunnen doen  en haar mijn teksten te laten zingen. Het samenspel zorgt voor een goede soort spanning.

Thalien: En minder groffe grappen?

Thomas: Nou eh alhoewel.. ze kan er toch wel wat van hoor – soms is het echt alle remmen los haha.

Thalien: Als je terugkijkt op afgelopen jaar, wat zouden jullie als band anders aangepakt willen hebben – wat had beter gekund denk je?

Thomas:  Ja ach ik ben misschien een beetje naïef geweest over in welke mate je promotie moet voeren. Ik dacht zo dat de plaat wel op eigen kracht zijn debuut zou vinden, we hebben bijvoorbeeld geen moeite gedaan om een videoclip te maken voor onze eerste plaat Spotlight, ik vond dat toen niet zo nodig. Ik wil mij eigenlijk concentreren op het maken van muziek en niet op het hele circus eromheen. Ik begin er nu wel steeds meer plezier  in te krijgen, maar dat had ik toch wel anders gedaan, achteraf gezien. We kunnen natuurlijk alsnog een clip gaan maken, waarom niet.

Thalien: Laten we het hebben over jullie song Cage aux Ours; kan je iets vertellen over de betekenis van dit prachtige liedje en de bijhorende videoclip?

Thomas: Ik zing het samen met Kaat en het liedje gaat over het gevoel van gevangenschap dat een relatie soms kan geven, ondanks  alle goede bedoelingen.  We lopen in de video samen door een bos en de dreiging van de beer  zorgt voor een dubbele sfeer. Cage aux Ours, wat berenkooi betekent, is een plantsoen in Brussel.  Het is een verkeersader voor trams, bussen en treinen met van die neprotsen enzo.  Ik heb daar een deel van mijn jeugd doorgebracht.

Thalien: De  droomhangplaats voor jongeren dus?

Thomas:  Ja dat ook – haha

Thalien:: Waar kijk je het meest naar uit voor het aankomende jaar?

Thomas: Nieuwe opnames; ik wil zo snel mogelijk aan nieuwe muziek beginnen met de band!

Thalien:: Hebben  jullie plannen om een nieuwe weg in te slaan met jullie sound ?

Thomas: Ja! Ik wil eigenlijk nog stiller en af en toe juist nog harder maar dan wel met dezelfde klank die we nu al voortbrengen.

Thalien: Passie, nijd, donker en broeierigheid: dit zijn omschrijvingen van jullie muziek die vaak de boventoon voert in recensies en artikelen over Tommigun. Vind jij dit passend?

Thomas: Ja dat vind ik wel passend.  Ik heb veel van de nummers ‘s nachts geschreven. Ik weet niet of je het kent maar soms als je ‘s nachts thuiskomt van een feest ofzo en je gaat  dan muziek luisteren.. dat vind ik vaak van die intense momenten. Soms ben je een beetje in een roes of heb je iets meegemaakt of ik weet niet wat. Ik hoop dat die intensiteit ook in onze muziek terug te horen is.

Thalien: Vertel eens iets verrassends over jezelf of een van de bandleden. Bijvoorbeeld een gewoonte of een kunstje, hobby of ritueeltje die jullie hebben?

Oe oe oelala

Oe oe oelala

Thomas: (hoeft geen twee keer na te denken) Ah jaja, ik zou de mensen aan willen raden om als ze ooit Kaat tegenkomen haar te vragen een aap na te doen. Dat is echt ongelofelijk – daar kom je niet meer van bij haha.

Thalien: Dat zal ze leuk vinden haha. 6 januari treden jullie op bij Sonic Soirée, het jaarlijkse pop & rockfestival van de Brakke Grond te Amsterdam. Ik wens jullie veel plezier daar en natuurlijk heel veel succes voor het komende jaar! Als laatste: Jullie motto voor 2011?

Thomas: In de woorden van een van mijn favoriete bands, Arcade Fire : Keep the car running!

ROCKENDE NACHTTREIN

[Dit verslag is geschreven voor 3voor12/Amsterdam]

Indrukwekkend samenspel met drums en bas als hoofdrolspelers: concertverslag van de Amsterdamse band Capeman,  gezien in Paradiso op 22 december 2010.

Mass Destructo
Capeman, het in zwart geklede viertal (voorheen bekend onder de namen Captain Capeman en met leden van TheDarko) zet gelijk stevig in met het bekendste nummer van de band: Mass Destructo. Vol en scherp rolt de rock door de kleine zaal van Paradiso, met dik slagwerk en een ritme dat het bijna onmogelijk maakt om niet mee te deinen, te knikken of te tikken .

Vanaf het tweede nummer stuurt de bas – die zich steeds dieper en aanhoudender laat horen – op subtiele wijze het geluid de diepere wateren in: het geluid wordt donkerder. Iets dat de rest van het optreden aanhoudt en typeert. Nog dominanter dan de bas bewijst zich echter het slagwerk, dat het raamwerk voor de overige bandleden is om de sound naar nog hogere en gelaagdere sferen te tillen.

Strakke sound
Hoewel Mass Destructo vrijwel het enige nummer is met een zodanige herkenbaarheid dat het zelfs bij de eerste keer luisteren meegezongen kan worden, doet dit niet af aan de rest van het optreden. De overige nummers onderscheiden zich onderling weliswaar niet sterk van elkaar, maar omdat elk nummer op zich zo veelzijdig en afwisselend is, en ritmisch zo goed in elkaar steekt, verveelt het niet. Zeker ook omdat de drums het geheel als een steeds aanwezige wervelwind de set zo voortreffelijk aan elkaar rijgt. Met verwrongen gezicht slaat drummer Sin er op los alsof zijn leven ervan afhangt.. en wat klinkt het strak!

Team work
Het tempo blijft continu hoog. Zeker geen muziek voor bij het kerstdiner; tenzij deze plaatsvindt in een voortdenderende nachttrein, want dat is het beeld dat de muziek van Capeman oproept. Indrukwekkend is ook hoe de mannen een sound weten neer te zetten die gelaagd en panisch is, maar toch niet chaotisch klinkt. Er is een duidelijke focus in het samenspel; de muzikanten spelen in dienst van elkaar – geven elkaar ruimte.

Er lijkt slechts een select groepje fans te zijn, de rest lijkt uitloop van een vroeger concert (Triggerfinger) in de grote zaal. Een hoorbare reactie komt pas wanneer de koebel van de drummer mag soleren en de frontmannen het publiek aanzetten mee te klappen met de beat: er wordt door de voorste rijen meegeklapt.

We want more?
Een uurtje en negen nummers later zijn de mannen door hun setlist heen. Er wordt tevergeefs “We want more!” geroepen door het groepje fans, maar nee, het is echt afgelopen. Wél komt zanger Darko nog even terug het podium op om lachend een tiental cd’s één voor één het publiek in te gooien. Een geste die onder luid gejuich (en grijpgrage handjes) ontvangen wordt.

Al met al een zenuwtintelend en krachtig optreden, met de typische bas en drums die samen zonder meer de essentie en het handelsmerk van Capeman vormen: edgy, recht voor z’n raap , gelaagd en…voortdenderend.