DJ GOMEZ : HET INTERVIEW

[dit stuk is in opdracht geschreven voor 3VOOR12/Amsterdam]
Als zoon van een Kaapverdische schipper en Nederlandse moeder werd DJ Gomes, toen nog Theo Fortes, in 1978 te Amsterdam geboren. Nog in de R&B en hiphop fase schafte hij op 15-jarige leeftijd zijn eerste 2 draaitafels aan, met de intentie om met een vriend een DJ-team te vormen. Hij doopte zichzelf om tot DJ Gomes en van daaruit rees de man achter de succesvolle Amsterdamse Oi! dubstep feesten en het label Oi! Recordings.
Namens 3voor12/Amsterdam nam ik een interview af met DJ Gomes over zijn achtergrond en deelname aan het  jaarlijkse Amsterdamse elektronische muziek festival 5 Days Off.

Waar kom je vandaan en hoe ben je in aanraking gekomen met muziek, DJ-en en 2-step/dubstep?

Ik luisterde rond mijn 14de jaar vooral veel naar R&B en hiphop. In die tijd kocht ik mijn eerste 2 draaitafels, kreeg een mixertje voor mijn verjaardag en had de intentie om met een vriend, die ook heel erg met muziek bezig was, een DJ-team te vormen. Ik had mezelf toen al DJ Gomes genoemd, naar mijn Kaapverdische opa. Ik vond het een solide naam en dacht dat het wel cool zou zijn om een beetje mijn roots erbij te betrekken. Ik ben geboren als Theo en dat gaat natuurlijk niet, haha. Daar moesten we dus even wat anders van maken.

Maargoed, die 2 draaitafels hadden geen pitchcontrol omdat ik er de ballen verstand van had. Op een gegeven moment had ik een platenspeler met pitch aangeschaft zodat ik kon gaan mixen. Toen ben ik tapejes gaan maken en rond gaan sturen. Er was destijds een organisatie, Uptown genaamd, die een platform bood voor jong talent. Ze organiseerden gesubsidieerde feestjes en festivalletjes, bijvoorbeeld in het Amsterdamse Bos waar veelal onbekende mensen hun gang konden gaan. Ik mocht daar een paar keer draaien en onmoette zo een keer iemand van City FM die vroeg of ik een tapeje op kon sturen omdat ze iemand zochten voor een radio show op vrijdagavond genaamd The Kick Off. Ik was toen een jaar of achttien. Tot mijn verbazing werd ik toen uitgekozen om de muziek te verzorgen voor die show. Ik mocht toen steeds vaker draaien en zo ging het balletje rollen.

Ik had van kinds af aan al een brede muzieksmaak, van techno- en trance cd’s tot The Prodigy – hun stijl vond ik heel dope, ik hield van die breakbeats. Zo rond 1999 hoorde ik voor het eerst 2-step. Dat was ook een beetje breakbeat maar had ook invloeden van R&B en hiphop. Ik ben toen dat soort platen gaan kopen, al deed ik daar zelf nog niet zoveel mee. Op een gegeven moment begon ik de stijlen te mixen; alleen maar hiphop of R&B draaien werd me te saai. Toen ontstond er een sound die de weg voor mij baande naar Speedfreax, waar ik de 2-step en UK garage draaide die ik dit jaar gevraagd ben te draaien bij 5 Days Off.

2-step was wel echt een hype en zoals dat gaat bij hypes kletterde dat op een gegeven moment naar beneden. In die periode begon grime zijn opkomst te maken. Dat was heel rauw, veel harder en donkerder. Ik vond het wel vet en heb ook die sound meegenomen in mijn stijl. Inmiddels was het 2004 en terwijl menig DJ alweer opging in de nieuwste hype bleef ik hangen in mijn grime-trip draaiavonden, inmiddels in de kleine zaal van Paradiso. De term dubstep bestond toen nog niet eens. In Paradiso heb ik de eerste drie jaar een beetje staan aankloten, soms voor 3 man, soms voor 50 man. Dat was het begin van de Oi! feesten in de grote zaal die nu na 7 jaar soms in de voorverkoop al uitverkopen. Oi! is nu echt een grote naam op het gebied van dubstep in Nederland.

In een interview in maart 2009 van State Magazine zei je: “Ik ben nog steeds wel bezig met grime, maar het huidige aanbod is minder interessant.” Is dat nog steeds zo?

Nee dat is helemaal niet meer zo! Grime is juist heel leuk aan het worden met nieuwe, geheel instrumentale producties. Wat voor mij persoonlijk speelde is dat grime voornamelijk leunde op beats met MC’s die eroverheen rapten. Op een gegeven moment begon ik de MC’s wat minder te vinden. Daarnaast maakte dubstep zijn opwachting en zag je dat veel grime producers dubstep-achtige dingen gingen maken. Dus het genre was een tijd lang wat minder interessant maar dat is nu zeker anders. Zie bijvoorbeeld artiesten als Swindle, Ratchet en Terror Danjah.

De Oi! Feesten zijn sinds 2004, toen je begon, via moeizame startjaren inmiddels uitgegroeid tot een groot succes. Er hebben inmiddels al Oi! edities plaatsgevonden in Rotterdam en Den Haag. Aankomende april maakt  Oi! een uitstap naar Eindhoven. Wat zijn jouw ambities  en plannen voor deze feesten; hoe zie je de Oi! Feesten over 5 jaar?

Oi! vond vorig jaar inderdaad 2 keer, met succes, plaats in Rotterdam dus het breidt zich inderdaad al meer uit. Naast de Oi! feesten organiseer ik ook Mosh, tevens een met regelmaat  terugkerend dubstep feest. Dubstep kent zoveel verschillende stijlen, zo kan je heel hard gaan of de intellectuele en diepere kant pakken of juist meer de grime kant op.  De verschillende stijlen mengen op één avond is moeilijk, daarom heb ik ervoor gekozen het te splitsen. Met Mosh, dat sinds een jaar of 2 bestaat, draai ik de wat hardere party dubstep en met Oi! zoek ik de wat diepere kant van dubstep op.

Richt je je ook op het buitenland?

Ik ben niet echt bezig met het buitenland, er gebeurt daar al genoeg en ik heb het bovendien al druk genoeg met het hier allemaal klaarspelen, het is vrij hectisch. Ik heb vorig jaar 2 keer in Londen gedraaid maar eigenlijk moet je als producer echt met een hele dikke plaat komen, wil je als buitenlander jezelf echt op de kaart zetten. Ik heb afgelopen jaar te weinig tijd besteed aan producen daarom heb ik voor dit jaar het voornemen om daar verandering in te brengen. Ik wil mijn skills als producer naar een hoger niveau tillen en sowieso  minimaal 1 release uitbrengen op mijn label. In april ga ik overigens 2 nieuwe tracks op Oi! Recordings uitbrengen. Een van Benga, genaamd Transformers. De andere track is van Kutz en heet Shake It.

Waarom heet Oi! Oi? Want het is ook een substroming in de punkmuziek, die vooral door skinheads beluisterd en geproduceerd werd. Zou dus misleidend kunnen zijn…

Tja, het is vernoemd naar de plaat van More Fire Crew die het beste de overgang typeert van garage naar de harder kant van grime.  Die plaat is echt een classic. Daarnaast is de kreet Oi! natuurlijk een typisch Engels iets en verwijst daarmee naar de geografische roots van deze muziekgenres. Na verdere research (inmiddels waren de Oi! feesten al een gevestigde naam) kwam ik erachter dat het ook een punk genre is. In 2006 organiseerde ik een Oi! feest in den Haag. Toen ik daar aankwam met een collega DJ uit Engeland stond er inderdaad een groepje punkers die vroegen of er een punkavond was. We wisten niet waar ze het over hadden. “Punk? Nee, dubstep man!”. Zij begrepen er niets van..

Je hebt sinds eind 2009 een een eigen label, Oi! Recordings. Wat is de impact hiervan op je muzikale carrière?

Ik krijg veel meer muziek toegestuurd, van zowel nieuwe als gerenommeerde producers. Het succes van de Oi! feesten biedt hierbij natuurlijk een goede fundering; mensen weten wat ze van me kunnen verwachten. Het oprichten van een label is wat dat betreft een natuurlijk voortvloeisel en een logische stap  geweest. Het genereert ook meer boekingen.

In maart sta je voor de 6de keer in de line-up van 5 Days Off. Waar kijk je het meeste naar uit?

De DMZ-avond in Melkweg. Dat wordt een dubstepavond met een gruwelijke line-up waar ik heen ga als bezoeker. En natuurlijk heb ik zin in mijn eigen set op Colors in Paradiso, op 5 maart. Ik ben gevraagd de oude garage te draaien waar ik vroeger mee begonnen ben dus dat wordt lekker oude plaatjes uit de kast trekken. Er draait veel nieuw talent en oude bekenden op de Colors avond, bijvoorbeeld Joy Orbison en MJ Cole. Deze laatste is iemand die al heel lang meedraait, een tijdje niet veel van zich liet horen maar afgelopen tijd wel hele dope dingen heeft gedaan. Dat is zo’n 2-step artiest waar ik mee opgegroeid ben; al zijn platen draaide ik toendertijd. Ik kijk er echt naar uit om hem te horen.

Wat is je leukste herinnering aan de 5 Days Off  edities van afgelopen jaren? 

Vorig jaar had ik mijn eigen avond in de Paradiso, een Oi! feest met een geweldige line-up, zowel in de beneden- als bovenzaal.. Dat was wel heel vet en was ook helemaal uitverkocht. Ik heb 5 Days Off  eigenlijk altijd heel vet gevonden, ze hadden een keer Dizzie Rascal waar ik voor geopend heb en ze hebben Magnetic Man gehad. Ze hebben me nog nooit teleurgesteld. Dit jaar draait op de woensdag in Paradiso dubstep DJ en producer Rusko. Hij is momenteel o.a. tracks voor Britney Spears aan het producen. Hij heeft een keer op een van mijn Oi! Feesten gedraaid maar ik heb ‘m al een tijdje niet meer gehoord dus denk dat ik daar wel even naar ga luisteren.

foto: Pim Hendriksen

TOMMIGUN: HET INTERVIEW

Op 4 januari belde ik namens 3voor12/Amsterdam voor een kort interview met de bijzonder vriendelijke en vertelgrage frontman van de Vlaamse indieband Tommigun, Thomas Devos. Tommigun werd geselecteerd voor Eurosonic 2010 én verzorgde afgelopen jaar het voorprogramma van de Europese tournee van Amerikaans gitarist, zanger en songwriter Daniel Johnston.
Hoogtepunten, doelpunten, verbeterpunten en een tipje van de sluier over wat het publiek aankomend jaar mag verwachten: in een klein kwartier werd er een hoop informatie vrijgegeven, inclusief een apeleuk verborgen talentje van zangeres Kaat Arnaert..

vlnr: Kaat, Joeri, Thomas, Pim, Mattijs

Tommigun, vlnr: Kaat, Joeri, Thomas, Pim, Mattijs

Thalien: Jullie hebben afgelopen jaar heel wat afgetoerd; maar het liefst 56 concerten en dat over heel Europa.  Wat was voor Tommigun het ultieme hoogtepunt van 2010?

Thomas: Dat was toch wel wel onze tour met Daniel Johnston. We hebben met hem in april heel Europa afgetourd, optredend als voorprogramma.  In de periode van een maand hebben we onze band echt op de kaart gezet; vooral voor onszelf. Het was de eerste keer dat we zo veel en zo intens met elkaar speelden. We hadden daarna echt het gevoel “nu zijn we echt een band” .

Thalien: Van Daniel Johnston is o.a. bekend dat hij aan manisch depressiviteit lijdt; heb je nog iets aparts meegemaakt als je zo terugkijkt op die periode met hem of heb je misschien een gekke anekdote te vertellen?

Keith 'leatherface' Richards

Keith ‘leatherface’ Richards

Thomas: Nou Daniel heeft ook suikerziekte; er was bij hem backstage dus nooit suiker of frisdrank ofzo dus hij kwam vaak proberen in onze backstage alle frisdrank te stelen. Ook rookte hij stiekem op plekken waar dat niet mocht, het is een beetje een groot kind. Toen we in Zwitserland waren en moesten wachten tot we op mochten was er een moment dat hij er ineens van overtuigd was dat onze bassist  Keith Richards was. Hij riep vol ontzag “Ooh Keith are you really here? Look at my guitar!!”.  Als je onze bassist Pim ziet is er inderdaad wel een zekere gelijkenis maar dit ging wel erg ver, het was echt fantastisch haha. Ik heb eigenlijk een hele reeks anekdotes, het was echt een unieke belevenis voor ons.

Thalien::  Hoe is de samenstelling van Tommigun; wie zijn bijvoorbeeld de nieuwste bandleden?

Thomas:  We zijn nu een dik jaar in onze huidige bezetting. Zangeres Kaat Arnaert en drummer Mattijs Vanderleen zijn de nieuwste leden. Ik ben de band begonnen met onze toetsenist Joeri Cnapelinckx.  Dan hebben we dus nog Pim De Wolf (aka Keith Richards) op de bas.

Thalien: Je zat tot voor kort altijd in muzikale projecten met alleen mannen: hoe is het om nu Kaat naast je te hebben staan, verandert dat wat in de dynamiek of groepsomgang?

Thomas:  Ja toch wel, ja. Je moet soms een beetje voor haar zorgen, rekening mee houden. En dat vind ik helemaal zo slecht niet, het is goed voor onze manieren haha.  En ik vind het plezant om duetten te kunnen doen  en haar mijn teksten te laten zingen. Het samenspel zorgt voor een goede soort spanning.

Thalien: En minder groffe grappen?

Thomas: Nou eh alhoewel.. ze kan er toch wel wat van hoor – soms is het echt alle remmen los haha.

Thalien: Als je terugkijkt op afgelopen jaar, wat zouden jullie als band anders aangepakt willen hebben – wat had beter gekund denk je?

Thomas:  Ja ach ik ben misschien een beetje naïef geweest over in welke mate je promotie moet voeren. Ik dacht zo dat de plaat wel op eigen kracht zijn debuut zou vinden, we hebben bijvoorbeeld geen moeite gedaan om een videoclip te maken voor onze eerste plaat Spotlight, ik vond dat toen niet zo nodig. Ik wil mij eigenlijk concentreren op het maken van muziek en niet op het hele circus eromheen. Ik begin er nu wel steeds meer plezier  in te krijgen, maar dat had ik toch wel anders gedaan, achteraf gezien. We kunnen natuurlijk alsnog een clip gaan maken, waarom niet.

Thalien: Laten we het hebben over jullie song Cage aux Ours; kan je iets vertellen over de betekenis van dit prachtige liedje en de bijhorende videoclip?

Thomas: Ik zing het samen met Kaat en het liedje gaat over het gevoel van gevangenschap dat een relatie soms kan geven, ondanks  alle goede bedoelingen.  We lopen in de video samen door een bos en de dreiging van de beer  zorgt voor een dubbele sfeer. Cage aux Ours, wat berenkooi betekent, is een plantsoen in Brussel.  Het is een verkeersader voor trams, bussen en treinen met van die neprotsen enzo.  Ik heb daar een deel van mijn jeugd doorgebracht.

Thalien: De  droomhangplaats voor jongeren dus?

Thomas:  Ja dat ook – haha

Thalien:: Waar kijk je het meest naar uit voor het aankomende jaar?

Thomas: Nieuwe opnames; ik wil zo snel mogelijk aan nieuwe muziek beginnen met de band!

Thalien:: Hebben  jullie plannen om een nieuwe weg in te slaan met jullie sound ?

Thomas: Ja! Ik wil eigenlijk nog stiller en af en toe juist nog harder maar dan wel met dezelfde klank die we nu al voortbrengen.

Thalien: Passie, nijd, donker en broeierigheid: dit zijn omschrijvingen van jullie muziek die vaak de boventoon voert in recensies en artikelen over Tommigun. Vind jij dit passend?

Thomas: Ja dat vind ik wel passend.  Ik heb veel van de nummers ‘s nachts geschreven. Ik weet niet of je het kent maar soms als je ‘s nachts thuiskomt van een feest ofzo en je gaat  dan muziek luisteren.. dat vind ik vaak van die intense momenten. Soms ben je een beetje in een roes of heb je iets meegemaakt of ik weet niet wat. Ik hoop dat die intensiteit ook in onze muziek terug te horen is.

Thalien: Vertel eens iets verrassends over jezelf of een van de bandleden. Bijvoorbeeld een gewoonte of een kunstje, hobby of ritueeltje die jullie hebben?

Oe oe oelala

Oe oe oelala

Thomas: (hoeft geen twee keer na te denken) Ah jaja, ik zou de mensen aan willen raden om als ze ooit Kaat tegenkomen haar te vragen een aap na te doen. Dat is echt ongelofelijk – daar kom je niet meer van bij haha.

Thalien: Dat zal ze leuk vinden haha. 6 januari treden jullie op bij Sonic Soirée, het jaarlijkse pop & rockfestival van de Brakke Grond te Amsterdam. Ik wens jullie veel plezier daar en natuurlijk heel veel succes voor het komende jaar! Als laatste: Jullie motto voor 2011?

Thomas: In de woorden van een van mijn favoriete bands, Arcade Fire : Keep the car running!

ROCKENDE NACHTTREIN

[Dit verslag is geschreven voor 3voor12/Amsterdam]

Indrukwekkend samenspel met drums en bas als hoofdrolspelers: concertverslag van de Amsterdamse band Capeman,  gezien in Paradiso op 22 december 2010.

Mass Destructo
Capeman, het in zwart geklede viertal (voorheen bekend onder de namen Captain Capeman en met leden van TheDarko) zet gelijk stevig in met het bekendste nummer van de band: Mass Destructo. Vol en scherp rolt de rock door de kleine zaal van Paradiso, met dik slagwerk en een ritme dat het bijna onmogelijk maakt om niet mee te deinen, te knikken of te tikken .

Vanaf het tweede nummer stuurt de bas – die zich steeds dieper en aanhoudender laat horen – op subtiele wijze het geluid de diepere wateren in: het geluid wordt donkerder. Iets dat de rest van het optreden aanhoudt en typeert. Nog dominanter dan de bas bewijst zich echter het slagwerk, dat het raamwerk voor de overige bandleden is om de sound naar nog hogere en gelaagdere sferen te tillen.

Strakke sound
Hoewel Mass Destructo vrijwel het enige nummer is met een zodanige herkenbaarheid dat het zelfs bij de eerste keer luisteren meegezongen kan worden, doet dit niet af aan de rest van het optreden. De overige nummers onderscheiden zich onderling weliswaar niet sterk van elkaar, maar omdat elk nummer op zich zo veelzijdig en afwisselend is, en ritmisch zo goed in elkaar steekt, verveelt het niet. Zeker ook omdat de drums het geheel als een steeds aanwezige wervelwind de set zo voortreffelijk aan elkaar rijgt. Met verwrongen gezicht slaat drummer Sin er op los alsof zijn leven ervan afhangt.. en wat klinkt het strak!

Team work
Het tempo blijft continu hoog. Zeker geen muziek voor bij het kerstdiner; tenzij deze plaatsvindt in een voortdenderende nachttrein, want dat is het beeld dat de muziek van Capeman oproept. Indrukwekkend is ook hoe de mannen een sound weten neer te zetten die gelaagd en panisch is, maar toch niet chaotisch klinkt. Er is een duidelijke focus in het samenspel; de muzikanten spelen in dienst van elkaar – geven elkaar ruimte.

Er lijkt slechts een select groepje fans te zijn, de rest lijkt uitloop van een vroeger concert (Triggerfinger) in de grote zaal. Een hoorbare reactie komt pas wanneer de koebel van de drummer mag soleren en de frontmannen het publiek aanzetten mee te klappen met de beat: er wordt door de voorste rijen meegeklapt.

We want more?
Een uurtje en negen nummers later zijn de mannen door hun setlist heen. Er wordt tevergeefs “We want more!” geroepen door het groepje fans, maar nee, het is echt afgelopen. Wél komt zanger Darko nog even terug het podium op om lachend een tiental cd’s één voor één het publiek in te gooien. Een geste die onder luid gejuich (en grijpgrage handjes) ontvangen wordt.

Al met al een zenuwtintelend en krachtig optreden, met de typische bas en drums die samen zonder meer de essentie en het handelsmerk van Capeman vormen: edgy, recht voor z’n raap , gelaagd en…voortdenderend.